
103
HOOFDSTUK DRIE-1
DE AFDELING MET MOREEL-SATIRISCHE TEKSTEN - FORTUNA EN DIDO
Binnen de eerste afdeling, met gedichten van morele en tijdkritische inhoud, is alleen de kleine groep
Fortuna-gedichten van een illustratie voorzien (CB 14-18a), op fol. 47
v
-48
v
, 1
r
(afb. 13: reconstructie
fol. 48
v
-1
r
). Het blad met de Fortuna-miniatuur op de voorzijde opent de codex in zijn huidige vorm
als een titelpagina (fol. 1
r
), maar hoort eigenlijk op een andere plaats.
Toen men de door elkaar
geraakte, verscheurde katernen en losse bladen van het manuscript opnieuw heeft laten inbinden, werd
daarbij ook de ordening veranderd. Waarschijnlijk waren de bladen voor het eerste behouden gebleven
blad (nu fol. 43) toen al verloren gegaan. Blad 43
r
begint echter midden in een tekst en zelfs midden in
een woord, wat een lelijk begin zou zijn voor de nieuw in te binden codex. Het eerste katern fol. 43 ff.
heeft men dan versneden om het huidige blad 1 vooraan te kunnen plaatsen: het eerste blad dat met
een volledig gedicht begon (CB 19) en vooral, dat met een mooie miniatuur was gedecoreerd. De
resterende zes bladen heeft men naar achter verschoven, naar de ook toen al bestaande eerstvolgende
leemte, na fol. 42, waar de tekst eindigt midden in de 62
e
strofe van het strijdgedicht van Phyllis en
Flora (CB 92). Het resultaat is dat deze zes bladen met morele en satirische gedichten (fol. 43-48) nu
midden tussen de liefdesgedichten zijn ingevoegd, en dat de laatste twee bladen van dit eerste katern
het handschrift openen (fol. 1 en 2).
Het Rad van Fortuna - Fortune rota volvitur
De miniatuur met het Rad van Fortuna (afb. 1) bevindt zich nu op de openingspagina van de codex,
maar dit was eigenlijk de voorzijde van het zevende blad van het eerste behouden gebleven katern: fol.
43-48,1-2. De afbeelding stond oorspronkelijk tegenover de afsluitende Fortuna-verzen van fol. 48
v
(CB 18), terwijl in een later stadium op de ondermarges van fol. 48
v
en 1
r
nog twee Fortuna-liederen
zijn toegevoegd (CB 16 en 17).
Formele samenhang
De Fortuna-afbeelding vormt de afsluiting van de groep Fortuna-gedichten: CB 14-17 en Versus CB
18, op fol. 47
v
-48
v
en fol. 1
r
.
In eerste opzet bestond de groep slechts uit drie teksten: de inhoudelijk
contrasterende liederen (beide met neumen) CB 14, O varium, Fortune lubricum, over de
onbestendigheid van het geluk, en CB 15, Celum, non animum mutat stabilitas, over de deugd van
standvastigheid, met afsluitend de Fortuna-Versus CB 18, O Fortuna levis, geschreven door h
1
op fol.
47
v
-48
v
. De schrijver h
1
heeft ook de kapitalen aangebracht en de titel ‘Versus’ bij CB 18, de neumen
stammen van twee latere handen (n
2
en n
3
) en de grote gedecoreerde initialen zijn mogelijk het werk
van de illuminator. Voor CB 14 is een regel vrijgelaten voor een hoofdtitel, die echter niet is ingevuld,
wat regelmatig voorkomt in de delen waar h
1
de rubricering heeft verzorgd. In het hele eerste katern
van het handschrift, waarvan h
1
zowel schrijver als rubricator is, is steeds door hem wel een regel
opengelaten voor de hoofdtitels, maar heeft hij vervolgens alleen de titels ‘Versus’ bij de metrische
gedichten ingevuld.
De hele afdeling moreel-satirische gedichten is geschreven door h
1
, maar vanaf
het tweede katern begint h
2
zijn taak als rubricator en zijn alle initialen en titels wel consequent
ingevuld, te beginnen op fol. 3
r
met ‘De correctione hominum’ en op fol. 3
v
met ‘De conversione
hominum’. De kleine Fortuna-groep van twee liederen met Versus past in omvang en opzet naadloos
in de tekstgeleding van het eerste deel van de verzameling, waar kleine groepen van 1 tot 4 liederen
steeds vooraf worden gegaan door een (in het eerste katern niet ingevulde) titel-regel en afgesloten met
metrische Versus. De groep CB 14-18 had als titel kunnen dragen ‘De Fortuna’, zoals de
voorafgaande groep CB 12-13, die over de afgunst handelt, ‘De Invidia’ getiteld had kunnen zijn.
Zie: Schumann 1930, 32* f.; afb. 14: katernen-schema, Fortuna: a.
Fortuna-groep CB 14-18a: Schumann 1930, 42*: groep 6; CB Hilka-Schumann (1930): I,1 (Text) 31-37; II,1
(Kommentar) 23-31: 27 f., 30 f; CB I.3 Bischoff (1970): 194 f. (Nachträge), 227-38 (Verzeichnis der
Eigennamen): Fatum, Fortuna, Sors.
Zie bijvoorbeeld de voorafgaande groep op fol. 47
v
boven het begin van de Fortuna-groep: voor lied CB 12 is
bovenaan de pagina een regel vrijgelaten, de titel ‘Versus’ is wel ingevuld naast CB 13.
Comentários a estes Manuais