
157
HOOFDSTUK VIER-4
HET LIEFDESPAAR MET BLOEMEN: EEN LENTEBEELD
De landschapsafbeelding combineert de onstuimige groei en bloei van de plantenwereld met de
levenslust en liefdesdrift van de dierenwereld. Na de effecten van de lente op de flora en fauna wordt
in de miniatuur van het liefdespaar de respons van de mens op het lenteseizoen getoond. De opbouw
volgt die van de liefdesliederen: een jubelzang over de verlokkende schoonheid van de natuur in de
lente gaat over in een beschrijving van de schoonheid van de geliefde en het hevige verlangen van de
verliefde dichter. De jonge minnaar poogt het hart van zijn beminde te winnen met een wervend
liefdesgedicht en een bijpassend geschenk. Evenals in het slotgedicht biedt de aanbidder zijn schone
‘Bloem’ bloemen aan als teken van zijn liefde, maar ook als verwijzing naar het lenteseizoen. Dit
geschenk plaatst de voorstelling in de bloeitijd van het jaar, het seizoen van de schoonheid en de
liefde, innig verbonden met de jeugd als bloeitijd van het leven. De bloemengave bestempelt het
Buraanse liefdespaar tot een lentepaar.
In het artikel waarin Otto Schumann de miniaturen uit de Carmina Burana aan het publiek
presenteerde (1929/30) omschreef hij de miniatuur-met-gedicht op fol. 72
v
als: ‘Liefdesverklaring
‘door de bloem’’. Voor de begeleidende kleurafbeelding, op ware grootte maar zonder de tekst, is de
voorstelling met het staande paar rechtop gedraaid. De kritische editie (1930) laat hetzelfde beeld zien,
nu met als bijschrift ‘Liefdesverklaring’.
In latere publicaties wordt de afbeelding meestal betiteld
als ‘Liefdespaar’. Na het verschijnen van de Facsimile-uitgave (1967) wordt bij reproducties vaker de
gehele pagina getoond, met de miniatuur in ‘liggende positie’ tussen de tekstregels van de
bijbehorende verzen.
Een eigentijds liefdesmotief
De miniatuur met het jonge paar verbeeldt de nieuwe liefde die in de lentetijd opbloeit, maar kondigt
tevens een ‘nieuwe tijd’ in de kunst aan. Zowel in thematiek als in stijl staat de afbeelding aan het
begin van een nieuwe ‘hoofse’ beeldtraditie, die geheel aan de kunst van de liefde is gewijd. Vooral in
de 14
e
eeuw domineert het minnethema de profane kunst, bestemd voor adellijke dames én heren. Het
Buraanse liefdespaar vormt een vroege voorbode van de elegante paren in gotische stijl, die elkaar het
hof maken in een entourage van tuinen en bloemen.
De illustrator heeft niet gekozen voor de traditionele formule van een liefdespaar in innige omhelzing
of omarming, maar voor het nieuwe en meer afstandelijke type van een ‘galant liefdespaar’ in hoofse
conversatie.
Deze keuze lijkt samen te hangen met de inhoud van het te illustreren gedicht: een
Schumann 1929/30, 418, 416, afb. 3: ‘Liebeserklärung ‘durch die Blume’’, met vertaling van titelvers; CB I.1
1930, pl. 4a (in combinatie met ‘Trinkszene’): ‘Liebeserklärung’. (In der Handschrift ist das Bild quer gestellt)’.
Zie ook de zeer vroege reproductie in Woltmann/Woermann, Bernath 1916, 178, afb. 246. Vgl. de diverse
uitgaven van de Laistner-vertaling: afb. en titel als bij Schumann; zie bv. het lente-tweeluik in ed. Düchting
1993, pl. II-III (kleur): een sterk verkleind landschap naast een (rechtopstaand) liefdespaar op ware miniatuur-
grootte. Vgl. Walworth 2000, 76 f., 80: ‘the pair of lovers’, pl. 10: ‘A man offers flowers to a lady’: miniatuur
(rechtop) met twee regels tekst aan weerszijden.
Boeckler 1949 (tent.cat. Bern), nr 235: ‘Liebespaar (er reicht ihr Blumen)’, getoond op expositie (geen afb.).
Publicaties van BSB München: Cimelia Monacensia 1970 (red. F. Dressler), nr 37: noemt als ‘überragende
Leistungen’ het liefdespaar en het landschap (afb. landschap); Thesaurus librorum, tent.cat. 1983, nr 38 (K.
Schneider), kleurafb. van fol. 72
v
: ‘Liebespaar’; Glauche 1994 (Kat.lat.) 300: ‘(querständig) Liebespaar’; Klemm
1998 (Kat.13e) nr 105: ‘Liebespaar, in querliegender Miniatur’ (geen afb.); Klemm/Wagner 2003 (tent.cat.) nr
10, kleurafb. p. 98: fol. 72
v
(uitsnede): miniatuur en deel van tekst. CB Vollmann 1987: kleurafb. van hele
pagina (bij alle miniaturen), lente-tweeluik afb. 2-3: ‘fol. 64
v
, Bäume und Tiere’ en ‘fol. 72
v
mit Liebespaar’;
ibid. 1293 (Diemer): ‘Sonderbar genug, am ehesten aus Platzgründen, ist das Bild gegenüber dem Text um 90
Grad gedreht’; vgl. Diemer 1987-2, 62, 48: afb. 3.
Paren in omarming, bv. een staand bruidspaar: het ‘huwelijk van Jozef’ in de Millstatt-Genesis (c.1200/10),
Klagenfurt KLA 6/19, fol. 60
v
; Kracher 1967; een zittend echtpaar (met kinderen): het begin van de
‘standenreeks’ in het modelboek van Rein (c.1208-13), Wenen ÖNB 507, fol. 1
v
; Unterkircher 1979. Vgl. de
David-cyclus uit Bamberg (c.1180): Davids huwelijk met Michol in 3 scènes; Psalmencommentaar van Petrus
Lombardus, Bamberg SB Bibl.59, fol. 2
v
; Braunschweig 1995, nr D 69.
Comentários a estes Manuais